Genootschap voor Geschiedenis te Brugge vzw

EN | FR

Genootschap voor Geschiedenis te Brugge vzw

De Handelingen 2025/2 zijn verschenen

Op de jaarvergadering van 17 januari 2026 werd het tweede nummer van jaargang 162 voorgesteld. 

Nummer 2 van jaargang 2025 bevat twee peer-reviewed artikelen, twee bijdragen, evenals – zoals steeds – boekbesprekingen en kroniekberichten. Leden van het Genootschap ontvingen het nummer in de brievenbus. De volledige jaargang nabestellen is mogelijk via deze pagina

Een abonnement op de lopende jaargang 2026 is mogelijk via de pagina lid worden

 

Peer-reviewed artikels

 

Marie-Charlotte Dubois – Het aanpassingsvermogen van de Brugse confectieambachten op het einde van de middeleeuwen (ca. 1400–1550)
Dit artikel onderzoekt het aanpassingsvermogen van de Brugse confectieambachten tussen 1400 en 1550 aan de hand van ambachtskeuren en juridische praktijk. Hoewel deze keuren op het eerste gezicht rigide en monopolistisch lijken, tonen talrijke processen en amendementen aan dat regels in de praktijk flexibel werden geïnterpreteerd. Conflicten tussen kleermakers, oudkleerkopers, kousenmakers en kulkstikkers maken duidelijk dat bevoegdheden voortdurend werden heronderhandeld in functie van veranderende marktomstandigheden. Uitzonderingen voor eigen gebruik, armoede, vrouwen en export illustreren deze pragmatische aanpak. De studie nuanceert zo het beeld van ambachten als louter innovatie-remmende instellingen en sluit aan bij historici die hun economische rol positiever inschatten. Ook de ruimtelijke context van markten, winkelstraten en tentoonstellingswijzen blijkt van belang voor kwaliteitscontrole en consumentenvertrouwen. Ondanks het verlies aan internationale handelsdominantie bleef Brugge een dynamisch centrum voor regionale luxenijverheid, waarbij de confectieambachten via hun flexibiliteit bijdroegen aan stedelijke veerkracht en de overgang naar de vroegmoderne tijd.

 

Jens de Rijbel – Van ridderverhaal tot feitenrelaas. Hoe Middelnederlandse kronieken balanceren op de rand van literatuur

Deze bijdrage onderzoekt hoe Middelnederlandse kronieken zich positioneren op de grens tussen historiografie en literatuur. Hoewel zij lange tijd buiten de literaire canon zijn gehouden wegens hun vermeende non-fictieve karakter, toont deze studie aan dat dit onderscheid anachronistisch is. In de middeleeuwen bestond geen scherpe scheiding tussen feit en fictie: kronieken maakten actief gebruik van narratieve structuren, symboliek, intertekstualiteit en genrehybriditeit. Zowel literatuurhistorici als historici benaderden deze teksten lange tijd eenzijdig, maar recent onderzoek benadrukt hun hybride aard. Aan de hand van casussen zoals de Brabantsche yeesten, de Korte Rijmkroniek van Vlaanderen en de Flandria Generosa (C-traditie) wordt aangetoond dat kronieken morele, politieke en ideologische functies vervulden. Zij fungeerden als morele gidsen, legitimeerden dynastieke macht en weerspiegelden collectieve waarden. De studie pleit er daarom voor Middelnederlandse kronieken te beschouwen als volwaardige literaire constructies binnen hun historische context en slaat zo een brug tussen historische en literatuurwetenschappelijke benaderingen.

 

Bijdragen

 

Michiel Verweij – Twee onbekende Latijnse literaire teksten uit Ieper. Vondsten in het Fonds Merghelynck in de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR)
Deze bijdrage belicht twee tot dusver onbekende Latijnse literaire teksten uit Ieper, aangetroffen in het Fonds Merghelynck van de Koninklijke Bibliotheek van België. Dit fonds fungeert als een belangrijk ‘schaduwarchief’ na de vernietiging van het Ieperse stadsarchief tijdens de Eerste Wereldoorlog. De eerste vondst betreft een handgeschreven Latijns programma van een jezuïetentoneelstuk uit 1702 (Maria peccatorum refugium), waarvan het opgenomen argumentum mogelijk het enige bewaard gebleven fragment van een Iepers jezuïetendrama is. Het document illustreert de pedagogische en morele functie van het Latijnse schooltoneel en getuigt van een uitgesproken Mariadevotie. De tweede tekst is een onbekend Latijns studentenlied, ingevoegd in een collegedictaat huwelijksrecht van het Ieperse seminarie uit 1745. Dit lied werpt een zeldzaam licht op het dagelijkse studentenleven en de academische cultuur in Ieper. Samen tonen beide teksten het belang aan van ‘moderne’ handschriften als persoonlijke en literaire bronnen. Het Fonds Merghelynck blijkt daarmee niet alleen genealogisch, maar ook literair en cultuurhistorisch van grote waarde voor het Ieperse patrimonium.

 

Dieter Verwerft, Jan Huyghe, Jari Hinsch Mikkelsen en Mathijs Speecke – Een raamland in de hospitaalmeersen: archeologische, landschappelijke en historische inzichten na de opgraving ter hoogte van het Koning Albert I-park, Brugge
Deze bijdrage presenteert de resultaten van interdisciplinair archeologisch onderzoek in het Koning Albert I-park te Brugge, uitgevoerd in het kader van de uitbreiding van parking ’t Zand. De opgraving documenteert een uitzonderlijke stratigrafische sequentie die meer dan 15.000 jaar landschaps- en gebruiksgeschiedenis omvat, van Pleniglaciale dekzanden en veenvorming tot laatmiddeleeuwse en moderne ophogingen. Pollen-, macroresten- en bodemonderzoek tonen aan dat het gebied lange tijd een natte depressie was, grotendeels onbewoond maar ecologisch dynamisch. Vanaf de dertiende eeuw werd het terrein intensief benut als raamland voor de lakennijverheid, wat archeologisch wordt bevestigd door dertig houten paalsporen, dendrochronologisch gedateerd rond 1289–1311, en een uitzonderlijk grote collectie lakenloodjes. De vondsten illustreren Brugge als belangrijk veredelingscentrum voor zowel lokaal als regionaal geproduceerd textiel. Daarnaast wijzen grachten, botanische resten en historische kaarten op een latere herbestemming als bleekweide. Sporen van bijkomende ambachten, zoals amberbewerking en leerlooierij, onderstrepen het industriële karakter van de site. Negentiende-eeuwse ophogingen in functie van de spoorwegaanleg zorgden voor een uitzonderlijk goede bewaring van het bodemarchief. De site biedt zo een unieke inkijk in de wisselwerking tussen landschap, nijverheid en stedelijke ontwikkeling in Brugge.