De Handelingen 2026/1 zijn verschenen
Het eerste nummer van jaargang 2026 is verschenen!
Het nieuwste nummer van de Handelingen bevat maar liefst drie peer-reviewed artikelen, een bijdrage, en interessante boekbesprekingen en actuele kroniekberichten. Leden van het Genootschap ontvingen het nummer in de brievenbus. Jaargangen nabestellen kan via deze pagina.
Een abonnement op de lopende jaargang 2026 is mogelijk via de pagina lid worden.
Peer-reviewed artikels
Loïc Haghedooren – “Het clanck tot in den hemel claer”. Een antropologie van het religieuze klokkenluiden in het Brugse klanklandschap, ca. 1300 – ca. 1500
De auteur onderzoekt het religieuze klokkenluiden in laatmiddeleeuws Brugge (ca. 1300-ca. 1500) als een betekenisvol onderdeel van het stedelijke klanklandschap. Hij wil niet enkel de praktische organisatie van het luiden reconstrueren, maar vooral begrijpen hoe klokken als religieus communicatiesysteem functioneerden en hoe Bruggelingen deze geluiden beleefden. Op basis van kerkelijke reglementen, stichtingsakten, stadsbronnen en verhalende teksten toont hij aan dat klokken zowel religieuze als maatschappelijke functies hadden.
De studie benadrukt dat het klokkengelui een gedeelde religieuze taal vormde. Verschillende klanken, tijdstippen en luidwijzen verwezen naar specifieke feesten, gebedsmomenten en rituelen en structureerden zo de religieuze tijdsbeleving van de stad. De klok fungeerde als een hoorbare geheugenplaats die de christelijke kalender en geloofsbeleving zichtbaar maakte in de openbare ruimte.
Tegelijkertijd toont de auteur aan dat de betekenis van klokken niet los kan worden gezien van het dagelijkse leven van de stedelingen. Voor ambachtslieden en arbeiders werd het ritme van het werk vaak belangrijker dan de religieuze tijd, waardoor de aandacht voor het klokkengelui afhankelijk was van sociale omstandigheden en dagelijkse activiteiten.
Het artikel besluit dat het religieuze klokkenluiden geen vaststaand of louter kerkelijk systeem was, maar een dynamische praktijk die voortdurend werd aangepast aan lokale omstandigheden. De Brugse klokken vormden zo een gedeeld cultureel referentiekader waarin religieuze beleving, sociale organisatie en stedelijke identiteit samenkwamen.
Robin Van Damme – Tussen belangenvermenging en financiële noodzaak. Het belastingpachtsysteem van Brugge in de veertiende eeuw (1332-1384)
In laatmiddeleeuwse steden vormden indirecte belastingen op consumptie, handel en stedelijke infrastructuur de ruggengraat van de openbare financiën. Opmerkelijk daarbij is dat de inning ervan vaak niet rechtstreeks door de stedelijke overheid werd georganiseerd, maar werd uitbesteed aan private pachters die het inningsrecht via openbaar opbod verwierven. Dit artikel onderzoekt waarom het Brugse stadsbestuur in de 14de eeuw systematisch voor dit pachtsysteem koos, en welke politieke en financiële mechanismen hieraan ten grondslag lagen.
Aan de hand van een systematische analyse van de Brugse stadsrekeningen tussen 1332 en 1384 wordt het belastingpachtsysteem zowel institutioneel als prosopografisch onderzocht. Enerzijds wordt de organisatie van de pachtprocedure, de contractuele bepalingen en de relatie tussen pachters en stedelijke ontvangers gereconstrueerd. Anderzijds wordt nagegaan in welke mate pachters deel uitmaakten van de stedelijke politieke elite en of belangenvermenging een verklaring biedt voor het voortbestaan van het systeem.
De resultaten tonen aan dat een aanzienlijk deel van de pachtinkomsten verbonden was met stedelijke mandatarissen en hun familiale netwerken. Toch volstaat persoonlijke bevoordeling niet als verklaring. De regelmatige aflossingen door pachters blijken ook een belangrijke financiële functie te hebben gehad: zij boden de stad een stabiele geldstroom en functioneerden als een alternatief kredietsysteem binnen een kwetsbare stedelijke financiële context. Het Brugse belastingpachtsysteem was bijgevolg niet louter gebaseerd op private belangen, maar vormde ook een pragmatisch antwoord op de nood aan stabiele en voorspelbare inkomsten.
Bram Vannieuwenhuyze- Autopsie van een oude kaart. Een mysterieuze kustkaart en het werk van de zeventiende -eeuwse kaartenmaker-in-bijberoep Adriaan de Villegas
Oude kaarten zijn niet alleen geografische voorstellingen, maar ook historische documenten die inzicht bieden in landschappen, politieke verhoudingen, militaire strategieën en de intenties van hun makers. Dat blijkt uit een bijzondere manuscriptkaart van het Vlaamse kustgebied, vandaag bewaard in de collectie van The Phoebus Foundation. De kaart toont de kuststreek tussen Grevelingen en het Land van Biervliet en bevat een rijkdom aan topografische informatie: steden, dorpen, waterwegen, forten, abdijen, kastelen en wegen worden er figuratief weergegeven.
Ondanks haar indrukwekkende omvang en gedetailleerde voorstelling roept de kaart heel wat vragen op: wie vervaardigde dit document, wanneer ontstond het, met welk doel werd het gemaakt en hoe betrouwbaar is de weergegeven informatie? Door een grondige analyse van de materiële kenmerken, de cartografische stijl, de inhoud en de historische context wordt de kaart in dit onderzoek als het ware onderworpen aan een autopsie.
De studie toont aan dat de kaart vermoedelijk rond 1640 tot stand kwam en kan worden toegeschreven aan Adriaan de Villegas (1594-1669), een Brugse koopman en amateur-cartograaf. Hoewel hij geen professionele kaartenmaker was, vervaardigde hij in de periode 1629-1650 verschillende unieke manuscriptkaarten van het kust- en grensgebied rond Brugge. De vergelijking met deze andere werken bevestigt de toeschrijving en werpt nieuw licht op zijn weinig bekende cartografische activiteiten.